Platformplaagdierbeheersing.nl

Ctgb nieuwsbrief

Onderstaand is een gedeelte uit de nieuwsbrief van februari 2019

Ctgb: overheid of markt?
De jaren negentig van de vorige eeuw waren de jaren dat het denken over taak en rol van de overheid fundamenteel werd herzien. ‘Reinventing government’ heette het boek van Osborne en Gaebler dat voortborduurde op de Reagan/Thatcher-filosofie van meer markt en minder overheid en dat een koers uitzette naar een bedrijfsmatige kijk op de overheid. Samengevat: de burger als klant. En niet alleen de burger als klant. Ik herinner me hilarische sessies bij LNV waar uiteindelijk ook minister en Tweede Kamer als klant werden gedefinieerd. Dat vonden minister en Tweede Kamer niet zo fijn en was natuurlijk ook volledig in strijd met de Grondwet. Of dat allemaal goed en wijs is geweest zal ik hier niet behandelen, de kranten staan vol met analyses over wat het ons heeft gebracht. Waar het mij om gaat is hoe in het licht van het denken over ‘de overheid’ onze omgeving, de stakeholders, aankijkt tegen het Ctgb. Zijn wij een overheidsloket of een dienstverlener? Hebben wij klanten? Geven wij advies? Vragen die terug te vinden zijn in de resultaten van ons stakeholderonderzoek dat eind vorig jaar is gehouden.
Dat onderzoek wijst uit dat op praktisch alle terreinen vooruitgang is geboekt. Bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit, transparantie en ‘benaderbaarheid’. De cijfers van het Ctgb zijn afgezet tegen een groep bedrijven die een ‘business to business model’ hebben. Bedrijven die dus niet aan de consument leveren, ook niet met consumenten moeten communiceren, maar zich richten op andere bedrijven die zelf de consument, de gebruiker ‘beleveren’ en daar ook mee communiceren. Helemaal platgeslagen is dat ook, in bedrijfsmatige termen, onze positie. Onze doelgroep bestaat uit aanvragers. Natuurlijk communiceren wij ook met gebruikers en met burgers, maar niet direct. We overleggen met brancheorganisaties en informeren de (vak-)pers, maar hebben geen chatsessies met burgers.

Zoals iedere vergelijking gaat ook deze niet helemaal op. Dat blijkt uit de relatief lage scores op ‘meedenken’ en ‘flexibiliteit’. Die zijn relatief laag én lager dan die van de benchmark. En dat klopt ook. We kunnen maar in beperkte mate flexibel zijn want we voeren immers de wet uit. Zo zit er spanning tussen het bieden van mogelijkheden tot herstel en het eerbiedigen van de wettelijke termijnen. Ook is meedenken vanuit de optiek ‘hoe kan een aanvrager zijn dossier zo inrichten dat de kans op succes het grootst is’ niet onze rol. Ten eerste omdat we niet het risico willen lopen bij de beoordeling ‘gebonden’ te zijn aan ons advies, maar ook omdat we als overheidsorganisatie niet in de rol van de consultant moeten treden. Wij mogen geen concurrent zijn van de consultants. Wat we wel doen is voorlichting geven via onze website, workshops, voorlichtingsbijeenkomsten en onze servicedesk.
Dus ja, dat we blij zijn dat de waardering voor ons werk weer is toegenomen is duidelijk. De suggesties die gedaan zijn, nemen we ook ter harte (het kan en moet altijd beter). Dat we ten opzichte van de benchmark op sommige onderdelen minder scoren, zien wij als een teken dat we rolvast zijn.
Luuk van Duijn, secretaris/directeur Ctgb

13 juni, Ctgb-relatiedag ‘Het Ctgb in Europa’
Het thema voor de Ctgb-relatiedag luidt dit jaar: ‘Het Ctgb in Europa’. Daarmee sluiten we aan bij een aantal suggesties uit de evaluatie van vorig jaar. Inmiddels hebben we sprekers van Europese Commissie en EFSA kunnen vastleggen die een beeld zullen schetsen van de ontwikkelingen in het beoordelingskader voor respectievelijk biociden en gewasbeschermingsmiddelen. Vertegenwoordigers van het bedrijfsleven presenteren hún visie en alle deelnemers krijgen de gelegenheid te reageren tijdens een interactieve lunch. Natuurlijk biedt de relatiedag u alle ruimte om te netwerken, bijvoorbeeld tijdens de receptie na afloop. Zet daarom voor 13 juni de Ctgb-relatiedag alvast in uw agenda.

Werkzaamheidstudies voor bruine en zwarte rat leveren
In de biociden Evaluation Manual is een lijst van nationaal specifieke elementen opgenomen. Element A3a in deze lijst heeft betrekking op de rattensoorten die op werkzaamheid moeten worden getest bij een algemene rattenclaim. Tot voor kort was hierover geen overeenstemming binnen de lidstaten, waardoor elke lidstaat hier op nationaal niveau invulling aan gaf. Inmiddels is de Nederlandse werkwijze opgenomen in de vernieuwde geharmoniseerde PT14 Efficacy Guidance Part B/C (gepubliceerd in december 2016) die per december 2018 in werking is getreden. De nieuwe geharmoniseerde werkwijze is dat aanvragers bij een algemene claim tegen ratten zowel studies voor de bruine rat als voor de zwarte rat moeten leveren, vanwege verschillen in biologie en gedrag. Deze werkwijze is bekend bij de aanvragers. Daarmee is dit nationaal specifieke element komen te vervallen. Aangezien dit het enige element was in categorie A3: ‘Re-nationalisatie elementen vanuit EU afspraken’, komt deze hele categorie te vervallen.

Home

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.